Historie

Historie van onze Ambachten Vereniging

 

   

 

Houtbewerker Ruud Dubel en stoffeerder Willemien Westenenk over het 15 jarige bestaan van de
Vereniging Ambachten Made in De Pijp.

Zij stonden aan de wieg van vereniging Ambachten Made in De Pijp. Gezamenlijk halen ze herinne-
ringen op aan die tijd. Trots zijn ze op hun club die al vijftien jaar springlevend is. En op de ambachtelijke bedrijven die ze zien als cement in een veranderende samenleving.

‘De jongens zijn al twee jaar bier aan het drinken en nu kunnen wij meedoen.’ Dat schreef Wil-
lemien in 2004 in haar dagboek, dat ze voor dit interview nog eens heeft nagelezen. Een van die
jongens was Ruud, die de eerste contacten legde met andere ambachtslieden in De Pijp. Willemien
sloot zich er graag bij aan. Ze kwamen bij elkaar in buurtcafé Krull. ‘In het begin ging het om de
ontmoeting’, zegt hij. ‘Pas later werd het een serieuze vereniging.’

Naar de notaris

Op 17 juli 2006 passeerde de notaris de oprichtingsakte van de Ondernemingsvereniging van Am-
bachtelijke Bedrijven in de Pijp (OABP). Willemien werd voorzitter van het eerste bestuur en Ruud
secretaris. Maar voor het zover was, is er heel wat vergaderd met een kerngroep waar ook Jeroen
Aakster (meubelmaker), Cristow von Schulz (meubelmaker, nu Studio Stadshout), Paul van Ger-
wen (smid), Huip van Dijk (Fijne Houtzaken) en Geertje Hoeffnagel (stoffeerder) deel van uitmaak-
ten

Een prachtig proces

Willemien ‘We zochten elkaar op en leerden elkaar steeds beter kennen. We wilden als kleine on-
dernemers de handen ineen slaan omdat we dezelfde belangen delen. Over wat die gezamenlijke

belangen precies waren hebben we heel wat uren gepraat. Om een eigen zaak te beginnen, moet
je een zekere drive hebben, eigenwijs en eigenzinnig zijn. En juist die mensen probeerden zich te
verenigen. Dat is een prachtig proces geweest.’

Allemaal in De Pijp

‘Ik vond het best spannend of het zou gaan werken’, reageert Ruud. ‘In je eigen bedrijf kun je à la
minute zelf je beslissingen nemen, in een vereniging moet je veel overleggen. Het is me ongeloof-
lijk meegevallen. Je hebt allemaal een ander vak, maar je manier van werken is op een bepaalde
manier wel hetzelfde. Je gaat met klanten om, moet materiaal in huis halen en doet veel verschil-
lende dingen op een dag. Daarin hebben we elkaar herkend, of je nu werkt met hout, metaal, kera-
miek of papier. Voor elk onderdeel dat aan een pand in De Pijp kapot kan gaan, zat hier een bedrijf.
Uniek is dat we allemaal een bedrijf in De Pijp hebben. We zijn dus niet georganiseerd per beroep,
maar ook niet per straat zoals een winkeliersvereniging.’

Een logo

De formele naam uit de oprichtingsakte werd al snel vervangen door Ambachten Made in De Pijp.

Ruud had een brainwave en claimde onmiddellijk het bijbehorende webadres. Het logo dat de ver-
eniging nog steeds voert, is ook van zijn hand. Het pronkt bijvoorbeeld op de groene vlag die leden
aan hun gevel hangen.

En een bankrekening

Een belangrijke stap was de opening van een bankrekening. Willemien schrijft in haar dagboek
hoe ze met het voltallige vijfkoppige bestuur naar de ABN AMRO aan het Scheldeplein gingen. Op
die rekening storten de leden een bescheiden contributie, ‘een vriendelijk bedrag’ noemt Ruud het.
Een bewuste keuze om geld geen belemmering te laten zijn voor lidmaatschap. Een opstartsubsi-
die van het stadsdeel maakte dat mogelijk.

Leden werven

Het aantal leden van de vereniging schommelt rond de dertig. Vooral Ruud deed veel aan leden-
werving door persoonlijk bij de bedrijven in De Pijp binnen te stappen. ‘Soms voelde ik me een
vertegenwoordiger’, zegt hij. ‘Maar mailtjes sturen werkt niet, je moet iemand persoonlijk aan-
spreken.’ Niet iedereen sloot zich aan; bedrijven die al lid waren van een beroepsvereniging von-
den het niet nodig of de dubbele contributie te prijzig. Gaandeweg meldden nieuwe leden zich ook
spontaan aan, als gevolg van de publiciteit die de vereniging kreeg en dankzij de website. Ook het
groepsportret in Nachtwacht-stijl ter gelegenheid van het tienjarig bestaan, dat in het Rijksmuseum
werd tentoongesteld, hielp bij de naamsbekendheid.

Wat is een ambacht?

Niet elke ondernemer mag zomaar lid worden. Als criterium voor lidmaatschap gold aanvankelijk
dat je een publiek toegankelijke werkplaats in De Pijp moest hebben. Deze eis is gaandeweg los-
gelaten, zodat ook makers die hun producten via internet verkopen lid kunnen worden. Daarnaast
moet je een non-food-product maken, een zelfstandig bedrijf zijn en geen onderdeel zijn van een
keten. ‘Tot op heden is er discussie over wat een ambacht nu eigenlijk is’, zegt Ruud. Willemien
noemt het juist de kracht van de vereniging dat ze niet koppig bleven vasthouden aan achterhaalde
standpunten. ‘Het is kenmerkend dat de vereniging daar steeds opnieuw over blijft nadenken.’

Geen concurrenten
Een van de doelstellingen van de vereniging is het onderlinge contact. Ruud ‘We organiseerden
minstens twee keer per jaar een gezamenlijke activiteit. In de zomer het liefst buiten bij een pick-
nick in het Sarphatipark of een boottochtje rond de Pijp. Nieuwjaarsborrels hielden we vrijwel
altijd in het atelier van een van de leden. Dan werden ook potentiële nieuwe leden uitgenodigd om
kennis te maken. Dat werkte goed voor het werven van leden.’ Steeds beter leerden de ambachte-
lijke ondernemers elkaar kennen en dat werd ook zakelijk interessant. ‘Je stuurt klanten door en
besteedt klussen aan elkaar uit’, zegt Ruud. ‘We zien elkaar niet als concurrent, maar als aanvul-
ling’, benadrukt Willemien.

Ruud ‘Het stadsdeel zag ons in het begin als knuffelvereniging; aan publiciteit hadden we niet te
klagen. We hadden bijvoorbeeld een tijdje een etalage in de Ferdinand Bolstraat, waar leden hun
producten konden tentoonstellen.’ Made in De Pijp organiseerde allerlei activiteiten om gezamen-
lijk naar buiten te treden. Ze hadden een stand op de Albert Cuyp-zomermarkt en sloten zich aan
bij de atelierroutes in De Pijp. ‘Dat was niet meteen vanzelfsprekend’, herinnert Willemien zich.
‘Niet alle kunstenaars zagen ambachtelijke ateliers als gelijkwaardig.’ Wilde plannen om een
groot evenement te organiseren op het Marie Heinekenplein zijn (nog) niet gelukt.

Ambachtsroutes
Wel zijn er regelmatig wandelroutes langs ambachtelijke bedrijven, voorafgegaan door een lezing
over bedrijvigheid in De Pijp door de eeuwen heen. Elk jaar is de route anders, zodat alle leden van
de vereniging een keer aan de beurt komen. Willemien ‘Het is heel leuk om dan een groepje be-
langstellenden in je werkplaats te ontvangen en te vertellen over je vak. Deelnemers aan die am-
bachtenroute stellen heel andere vragen dan klanten. Ze zijn echt geïnteresseerd in het ambacht.’
Naast de ambachtenroutes met open inschrijving kwamen er ook aanvragen voor bedrijfsuitjes en
groepen vanuit het stadsdeel.

Aanspreekpunt

De vereniging ontwikkelde zich tot aanspreekpunt voor stadsdeel, gemeente en woningcorpora-
ties. Met enige regelmaat organiseert het stadsdeel bijeenkomsten waar naast Made in De Pijp
ook vertegenwoordigers van de markt en winkeliersverenigingen aanschuiven. Ze buigen zich
bijvoorbeeld over bereikbaarheid in de smalle straten van de Pijp, plekken voor bestelbusjes en af-
voeren van bedrijfsafval. Willemien ‘We zijn echt gegroeid, niet alleen in presentatie, maar ook in
bestuurscapaciteiten. Het was een enorme leerschool om je in te zetten voor mensen die hetzelfde
doel voor ogen hebben.’

Aantrekkingskracht van De Pijp

Steeds meer werd Made in De Pijp het gezicht naar buiten en de vertegenwoordiger van de am-
bachtelijke bedrijven die deze wijk kleur en sfeer geven. ‘Het stadsdeel heeft goede sier met ons
gemaakt’, zegt Willemien. Maar ze hebben ons ook opdrachten toegespeeld en subsidie verstrekt.’
De aantrekkingskracht van De Pijp door de leuke bedrijven vormt tegelijkertijd een bedreiging. Een
grote werkplaats is schaars en vastgoed is niet meer te betalen.
Aan succes ten onder

Ruud ‘Huisvestingskosten worden steeds hoger. Gelukkig nog niet altijd voor bestaande werk-
plaatsen, maar voor nieuwe bedrijven is het moeilijk om je hier te vestigen met een betaalbare
huur. We zijn daarover in overleg gegaan met verhuurders. Met wisselend resultaat. Woningcorpo-
raties zijn minder commercieel dan particuliere beleggers. Zij willen wel meebewegen, maar tot
een bepaalde grens, want ze kunnen geen bedrijven subsidiëren.’
‘We gaan aan ons succes ten onder’, zucht Willemien. ‘Maar het is nog niet helemaal hopeloos.
Nu lukt het jonge opvolgers nog wel om een bedrijf over te nemen. Maar ik moet nog zien hoe het
er over tien jaar aan toe gaat. Daarover maak ik me wel zorgen. Een ambachtelijk bedrijf betekent
keihard werken wil je er een aardige boterham aan verdienen.’

Cement in een veranderende stad

Toch ziet Ruud juist ook voordelen van een werkplaats in De Pijp ‘Hier komen veel mensen voor-
bij, die spontaan binnen komen. Dat is dus heel anders dan op een industrieterrein. Ik werk vaak
met de deur open en soms ook op straat. Zo kan ik letterlijk aan de weg timmeren.’ Willemien
vergelijkt de functie van de ambachtelijke bedrijven met de melkboer van vroeger. ‘We zorgen voor
binding in de buurt, nemen heel wat pakjes aan en houden oudere buren in de gaten. We zijn het
cement in een veranderende stad.’
Ruud Dubel nam in 1985 een timmerwerkplaats over die al sinds de jaren zestig aan de Gerard
Doustraat zat. Hier maakte hij meubels op maat voor een brede klantenkring, die steeds vaker uit
de buurt komt. ‘Daaraan kun je de veranderde bevolkingssamenstelling van De Pijp aflezen’, zegt
hij. Nu zijn verhuurder het pand gaat renoveren, heeft Ruud – inmiddels 66 – besloten er niet terug
te keren. Hij greep de kans om zich aan te sluiten bij een ambachtelijk collectief van een van zijn
voormalige stagiairs. Voorjaar 2021 verhuist zijn werkplaats naar de Plantage Doklaan. ‘Niet in De
Pijp, dat is wel jammer. Maar er komt hier als het goed is wel een ambachtelijk bedrijf terug. Dat is
vastgelegd in het bestemmingsplan.’

Willemien Westenenk richtte 28 jaar geleden stoffeerdersatelier Werkplaats Willemien op. Eerst
in het souterrain van haar woning en later aan de Jacob van Campenstraat. Dat was toen formeel
nog een woning, maar je kon er niet ongestoord wonen met al die etalageramen rondom. Het heeft
heel wat strijd gekost, maar het pand werd uiteindelijk gerenoveerd in plaats van gesloopt. Groot
voordeel Willemien mocht zich met de indeling van de ruimtes bemoeien. Talloze stagiairs van het
Hout en Meubelcollege heeft ze opgeleid. ‘Er is nu een chronisch tekort aan stageplekken en dat is
jammer want je kunt dit vak heel goed in de praktijk leren.’ Toen ze twee jaar geleden met pensi-
oen ging, droeg ze haar werkplaats over aan een collega met wie ze jarenlang samenwerkte.

Tekst Christine van Eerd ( Letterhelden ) 2021

Delen: